Lang geleden, in een keuken op Java, stond oma Lien boven haar houtskoolvuurtje. Haar handen bewogen met vertrouwen over de vijzel; knoflook, sjalotjes, kemirinoten, galanga, lombok en trassi werden langzaam fijngestampt tot een geurige pasta. Ze kookte niet met recepten, maar met herinneringen. Ieder gerecht droeg de geur van thuis, de warmte van familie en de pure smaak van traditie.
Toen zij in de jaren ’50 naar Nederland kwam, nam ze niets mee behalve haar ziel en haar boemboe’s. Niet opgeschreven, niet afgemeten, maar opgeslagen in haar hart en handen. Daarmee kookte ze voor haar gezin, en al snel lokte de geur van haar gerechten nieuwsgierige buurtgenoten naar binnen. Zo begon het verhaal van Toko Lien.
Maar wat is het echte geheim van de Toko Lien boemboe’s?
Het is tijd.
Tijd om de ingrediënten met zorg te kiezen.
Tijd om te roosteren, stampen, trekken en sudderen.
Tijd om smaken te laten rijpen, totdat ze dansen op je tong.
Vandaag worden Toko Lien boemboe’s nog altijd gemaakt volgens diezelfde familierecepten. Met zorgvuldig geselecteerde kruiden en de geest van oma Lien die fluistert: goed eten brengt mensen samen.
Elke lepel boemboe vertelt een verhaal. Een verhaal van verre eilanden, van heimwee, van liefde. En wie goed luistert, proeft dat.
